Lichtenhainer. Een naam die klinkt als een dorp, en dat is het ook. Maar vooral: een bierstijl die, against all odds, heeft weten stand te houden.
Noord-Duitsland kende ooit een rijke traditie van bovengistende bieren. Een divers landschap dat aan het einde van de 19de eeuw grotendeels werd weggevaagd door de opkomst van lager. Slechts enkele stijlen overleefden. Gose is het bekendste voorbeeld, maar ook Lichtenhainer bleef, zij het met horten en stoten, bestaan.
De oorsprong ligt rond Jena, in Thüringen. In dorpen als Lichtenhain, Ammerbach en Wöllnitz werd het bier lokaal gebrouwen en gedronken. Op zijn hoogtepunt, tegen het einde van de 19de eeuw, verspreidde het zich over de regio. Daarna volgde een lange periode van verval, met zelfs een onderbreking van enkele jaren. Maar de stijl verdween nooit volledig en kende recent een bescheiden heropleving.
Lichtenhainer is een licht bier met een opvallend profiel. Het wordt gebrouwen met licht gerookte mout, nauwelijks gehopt en met een laag beginextract. Tijdens of na de vergisting krijgt het een milde verzuring, waarschijnlijk door melkzuurbacteriën. Die zuurheid blijft subtiel en verfrissend, nooit dominant.
Wat het bier onderscheidt, is de combinatie van een lichte rokerigheid met een zachte zurigheid. Vandaag een zeldzame combinatie, maar historisch minder uitzonderlijk. Ook andere oude stijlen vertoonden gelijkaardige kenmerken.
De term ‘Weissbier’ die soms met Lichtenhainer wordt geassocieerd, heeft hier niets met tarwe te maken. Oorspronkelijk verwees die benaming naar het gebruik van luchtgedroogde mout. Tarwe kon gebruikt worden, maar was geen vereiste.
Met een zeer lage hoppigheid en een licht alcoholgehalte is Lichtenhainer in de eerste plaats een dorstlessend bier. Fris, licht, licht zuur en met een subtiele rokerige toets.
Dorstig naar meer biernieuws? Klik hier!