Stadsbrouwerij ’t Koelschip in Oostende
Het is een winterse zaterdagmiddag in Oostende. De lucht hangt laag boven de Noordzee, de wind snijdt scherp over het strand en de dijk ligt er half verlaten bij. Meeuwen krijsen. Een hond trekt zijn baasje voort. Na een frisse wandeling, kraag omhoog, handen diep in de jaszakken, stappen we Stadsbrouwerij ’t Koelschip binnen.
We ontmoeten Ive Mostrey. Gedreven. Nuchter. Met een blik die tegelijk kritisch en guitig is. Samen met zijn vrouw Sandy runt hij hier niet alleen een stadsbrouwerij, maar ook een kaasbar waar een platenspeler zachtjes ronkt. Buiten winter. Binnen warmte. En vooral: bier.
Van winkel naar brouwketel
Sinds 2010 is ’t Koelschip een begrip in Oostende. Wat begon als bierspeciaalzaak groeide in 2015 uit tot een officiële stadsbrouwerij. Het eerste statement was meteen een unicum: Blonde Kuif, het Cowboy Henk-bier van buurman Herr Seele, die voor de gelegenheid zelfs de biertank beschilderde. Oostende op zijn best: kunst, ironie en bier in één beweging.
De echte kanteling kwam tijdens corona.. “Dat was het keerpunt,” zegt Ive. “Toen veel winkels dicht moesten, hebben we acties en een webshop opgezet. Toen België weer open ging, waren we compleet uitverkocht. We moesten kiezen: vullen we de winkel opnieuw met aangekochte bieren, of gaan we fulltime brouwen? We kozen voor het laatste.” Van een installatie van amper 60 liter bij de start naar een capaciteit van 50.000 liter vandaag. Geen hobby meer. Geen tussenstap. Maar een bewuste koerswijziging.
Hoe het allemaal begon
Ive rolde niet toevallig in de bierwereld. :“In 2008 begon ik bij een groothandel. Ik reed heel West-Vlaanderen rond met Belgische bieren. In 2010 startte ik mijn eigen bierwinkel hier in Oostende. Donderdag tot zondag stond ik in de winkel. Maandag tot woensdag deed ik mijn rondes. Zes jaar lang.” De ambitie om zelf te brouwen was er altijd: “Ik had al eens een bier laten brouwen bij een andere brouwerij, maar ik wilde het echt zelf doen. Ik heb alle West-Vlaamse brouwers aangeschreven met de vraag of ik onder begeleiding een eigen bier mocht maken om de basis te leren. Kristof Vandenbussche van brouwerij Fort Lapin was de enige die reageerde. Het klikte meteen. We zijn allebei no-nonsense en kritisch, ook over de bierwereld.”
In 2013 begon Ive met een kleine installatie van 60 liter voor productontwikkeling en brouwcursussen in de winkel. Later nam hij de oude installatie van Fort Lapin over. Die werd in 2015/2016 hier geïnstalleerd.
Waarom ’t Koelschip?
De naam is geen romantische knipoog, maar een functioneel statement.“We gebruiken onze kleine installatie nog altijd voor spontane gisting,” legt Ive uit. “Het koelschip dat je daarvoor nodig hebt, is eigenlijk onze hele brouwerij. In klassieke lambiekbrouwerijen is dat een groot plateau. Bij ons koelt het bier af in een open tank. De gisten in ons pand doen daarna hun werk.”
De kaasbar boven de stadsbrouwerij
Alsof dat nog niet volstaat, openden ze boven de brouwerij een kaasbar.“Het duurde even voor mensen ons vonden,” lacht Ive. “Nu heet het gewoon: ‘Welkom in de kaasbar boven de stadsbrouwerij in Oostende’. Die naam zegt alles.” De inrichting is even eigenzinnig als het bier. Stoelen uit een oude concertzaal. Een kaasvitrine van een bbq-restaurant in de straat. Decoratie gekregen van fans en klanten.
Je kiest er een kaas- en/of charcuterieplank met oma’s compote en noten uit de tuin van Sandy’s tante. Daarbij: bier rechtstreeks uit de tank.
Kust Ze!
De ware essentie van ’t Koelschip?: Niet groter willen worden om groter te zijn, maar blijven brouwen zoals het hoort, lokaal, eigenzinnig, ongepolijst en met beide voeten stevig in het zand.Hier worden geen grote woorden gebruikt. Hier wordt gebrouwen, geproefd en gelachen. En wie er commentaar op heeft, mag ze kussen.
Meer info: www.blondekuif.be
Dorstig naar meer biernieuws? Klik hier!
