Brouwers hebben door de eeuwen heen behoorlijk wat goud geproduceerd. Meestal vloeibaar, voorzien van een mooie schuimkraag en bij voorkeur geschonken in het juiste glas. In Dendermonde blijkt een voormalige brouwersfamilie het begrip ‘goud’ iets letterlijker te hebben genomen.
Bij werkzaamheden in een oud herenhuis in de Van Langenhovestraat stootten arbeiders onlangs op een verborgen goudschat. Geen vergeten bak oude geuze of stoffige kelder met vintage bier, maar echte goudklompen en oude gouden ponden. Volgens historicus en voormalig burgemeester van Dendermonde Piet Buyse wijst alles in de richting van de familie Van Assche, een ooit bijzonder welgestelde brouwersfamilie.En zo krijgt een opmerkelijke vondst plots ook een stevig bierhistorisch kantje.
Brouwers met geld
Het verhaal begint aan het einde van de negentiende eeuw. In 1899 kocht Theofiel Van Assche een groot terrein in de Van Langenhovestraat. Hij liet er een brouwerij bouwen. Van het oorspronkelijke complex blijft vandaag nog slechts één gebouw over: het herenhuis waarin de goudschat werd ontdekt.
De Van Assches moeten behoorlijk goed geboerd hebben. Letterlijk én figuurlijk. Naast de brouwerij bezat de familie verschillende cafés en was ze actief in vastgoed. Bier brouwen was in die tijd immers vaak maar één onderdeel van een veel ruimer economisch netwerk. Brouwers leverden hun bier aan cafés, maar waren niet zelden ook eigenaar van de panden waarin dat bier werd geschonken.Theofiel Van Assche bouwde zo een aanzienlijk familievermogen op. En dat vermogen bleef opvallend lang bijeen.
Drie kinderen, geen erfgenamen
Theofiel had drie kinderen, maar geen van hen trouwde. Daardoor werd het familievermogen nooit verdeeld over verschillende gezinnen en volgende generaties. Het bleef geconcentreerd binnen de familie.
Toen in 1982 de laatste telg van de familie Van Assche overleed, kwam er een einde aan het familieverhaal. Het herenhuis werd geschonken aan de abdij van Dendermonde, maar daar hing een duidelijke voorwaarde aan vast: het gebouw moest door de paters worden gebruikt voor een goed doel.
Dat werd uiteindelijk het Centrum voor Algemeen Welzijnswerk, het CAW, dat onder meer mensen in kwetsbare situaties en daklozen ondersteunt. Alleen was er blijkbaar één klein detail dat niemand kende. Er zat nog goud in het huis.
Een appeltje voor de dorst
Volgens Piet Buyse dateert de gevonden goudschat vermoedelijk van na de Tweede Wereldoorlog. Tegen die tijd had de familie al een aanzienlijk vermogen opgebouwd. Het is dan ook goed mogelijk dat een deel daarvan bewust in goud werd omgezet.
Dat was in die periode niet uitzonderlijk. De beurscrash van 1929 en vervolgens de economische en politieke onzekerheid van de jaren dertig en veertig hadden een generatie geleerd dat geld op papier plots veel minder waard kon worden.Goud daarentegen voelde tastbaar en veilig. Banken waren bovendien nog lang niet de vanzelfsprekende bewaarplaats voor vermogen die ze vandaag zijn. Wie iets kostbaars bezat, verstopte het soms gewoon thuis. In een muur, onder een vloer of op een andere plek waarvan men overtuigd was dat niemand ze ooit zou vinden. In dit geval lukte dat behoorlijk goed. Misschien zelfs iets té goed.
Want als de theorie klopt, overleden de laatste eigenaars zonder iemand te vertellen dat ergens in het huis een klein fortuin verborgen lag.
Van bier naar goud
Voor bierliefhebbers maakt vooral de herkomst van de schat het verhaal bijzonder. De rijkdom waarmee het goud vermoedelijk werd aangekocht, was minstens gedeeltelijk opgebouwd met bier.
Een brouwerij, cafés en vastgoed: de familie Van Assche vertegenwoordigde een model dat we in de Belgische biergeschiedenis wel vaker tegenkomen. Succesvolle lokale brouwers waren belangrijke ondernemers en speelden een prominente economische en maatschappelijke rol in hun stad of dorp.
Van de brouwerij zelf blijft vandaag nauwelijks iets over. Het bier is verdwenen, de brouwers zijn verdwenen en generaties Dendermondenaren zullen de naam Van Assche wellicht niet langer met bier associëren. Maar het goud lag er nog. Geduldig te wachten tot iemand met een breekhamer op precies de juiste plaats begon te werken.
De cirkel rond?
Wat er uiteindelijk met de schat zal gebeuren, is een andere kwestie. Maar Piet Buyse ziet alvast een mooie historische mogelijkheid. Mocht de waarde uiteindelijk bij het CAW terechtkomen, dan zou de cirkel op een merkwaardige manier rond zijn.
Het herenhuis werd destijds immers geschonken met de uitdrukkelijke wens dat het voor een goed doel zou worden gebruikt. Als ook het vergeten familievermogen uiteindelijk een maatschappelijke bestemming krijgt, zou dat mooi aansluiten bij die wens.
En ondertussen heeft Dendermonde er een prachtig stukje brouwersgeschiedenis bij.
Dorstig naar meer biernieuws? Klik hier!