Wat krijg je wanneer een Belgische wetenschapper naar Zwitserland verhuist, er wijn begint te maken en vervolgens besluit dat er eigenlijk ook wel wat beter bier gebrouwen mag worden? Het antwoord heet Chen Van Loon. Een kleine brouwerij met Kempense roots, een Australische connectie en een bijzondere voorliefde voor de ontmoeting tussen bier en wijn. We spraken met Jan Van Loon over Belgische brouwtradities, Zwitserse druiven en de voordelen van een wijnkelder waarin toevallig ook plaats is voor een brouwketel.
Van de Antwerpse Kempen naar Zwitserland
Sommige brouwerijen ontstaan uit een zorgvuldig uitgewerkt businessplan. Andere beginnen met een paar vrienden, een brouwketel en een iets te optimistische inschatting van hoeveel werk bierbrouwen eigenlijk is. Bij Chen Van Loon begon het verhaal met een Belgische wetenschapper die voor drie jaar naar Zwitserland vertrok. Drie jaar. Dat was tenminste het plan.
In 1988 verhuisde het gezin Van Loon naar Zwitserland, waar vader Luc een wetenschappelijke carrière uitbouwde. Het tijdelijke verblijf werd permanent. Luc bleef er tot zijn pensioen werken en zoon Jan groeide op in Zwitserland. De familie heeft haar wortels in Merksplas, in de Antwerpse Kempen, maar vond aan de andere kant van de Alpen een nieuwe thuis.
Wie als Belg in Zwitserland gaat wonen, ontdekt al snel dat de plaatselijke drankcultuur andere accenten legt. Zwitserland is een uitstekend wijnland, maar het bieraanbod was eind jaren tachtig en ook nog lang daarna een stuk minder gevarieerd dan wat een Belg gewend is. Lagerbier domineerde de markt en voor wie op zoek was naar een stevige tripel, een karaktervolle saison of een andere Belgische specialiteit, bleef het aanbod beperkt.
“Als Belg was dat toch even een bierschok”, herinnert Jan zich. En wie de Zwitserse biermarkt van dertig jaar geleden kent, begrijpt meteen wat hij bedoelt.
Gelukkig bood het land een aantrekkelijk alternatief: wijn. Vader Luc was altijd al gefascineerd door fermentatie en begon zich te verdiepen in de wijnbouw. Hij huurde een stukje wijngaard en ging zelf druiven telen. Aanvankelijk ging het om de klassieke regionale variëteiten, maar al snel volgden minder voor de hand liggende keuzes zoals Gamaret en Scheurebe. Waarom hetzelfde maken als iedereen wanneer er ook iets anders mogelijk is?
Een Belg die in Zwitserland wijn begint te maken. Het klinkt misschien als het begin van een identiteitscrisis, maar voor Luc Van Loon was het vooral een logisch gevolg van zijn belangstelling voor gisting en smaak. En uiteindelijk zou die wijn hem opnieuw bij bier brengen.
Om goede wijn te maken, moet je veel bier drinken
Het eigenlijke brouwerijverhaal begint in de wijnkelder van Weingut zum Sternen in Würenlingen. Daar maakte Luc zijn wijn en leerde hij Christopher Chen kennen, een Australische oenoloog met een minstens even grote belangstelling voor bier. Chen had een eenvoudige levenswijsheid meegebracht uit Australië: om goede wijn te maken, moet je veel bier drinken.
Wie een hele dag tussen de druiven heeft gewerkt, hoeft ’s avonds immers niet noodzakelijk opnieuw een fles wijn open te trekken. Een goed glas bier kan minstens even welkom zijn. Alleen vonden beide heren het bier dat ze zelf graag wilden drinken niet altijd terug in het Zwitserse aanbod. Dus besloten ze het zelf te brouwen.
Daarvoor kwam de hulp uit België. Een familielid uit Merksplas had zelf brouwervaring en bracht, samen met een andere Belgische brouwer, de nodige praktische kennis mee. De eerste brouwsels werden dus niet alleen geïnspireerd door de Belgische biercultuur, maar kwamen ook daadwerkelijk tot stand met Belgische hulp.
Het eerste bier, gebrouwen in 2013, was een Pale Ale, geïnspireerd door de Australische brouwerij Coopers. Er werd amper vijftig liter geproduceerd. Geen indrukwekkende hoeveelheid, maar voldoende om de eerste flessen onder vrienden en kennissen te verdelen. De reacties waren positief en zoals dat bij bier wel vaker gebeurt, bleef het niet bij één brouwsel.
In 2014 werd het project officieel een onderneming. De eerste echte brouwinstallatie had een capaciteit van tweehonderd liter. De brouwers mochten gebruikmaken van de infrastructuur van het wijndomein, wat een belangrijk voordeel opleverde: de vaste kosten bleven beperkt. Geen huur, weinig financiële risico’s en alle mogelijkheden om rustig te experimenteren.
Er was alleen een praktisch probleem. De brouwapparatuur moest telkens worden opgesteld, gebruikt, gereinigd en weer opgeborgen. Bovendien waren brouwers in een wijnkelder niet noodzakelijk de belangrijkste gebruikers. Zeker tijdens de druivenoogst werd het bijzonder druk en moest het bier plaatsmaken voor de wijn.
“Op een bepaald moment hadden we gewoon meer ruimte nodig”, vertelt Jan. “De productie groeide en tweehonderd liter per brouwsel was niet langer voldoende.”
Van vijftig liter naar een eigen brouwerij
De oplossing werd gevonden in een voormalige wijnkelder, waar de brouwerij een nieuwe installatie kon onderbrengen. Daarmee werden twee brouwsels van driehonderd liter per dag mogelijk. Aanvankelijk nam Chen Van Loon slechts een gedeelte van de kelder in. Vandaag wordt de volledige ruimte benut, aangevuld met extra opslagcapaciteit.
Een gigantische brouwerij is het nog altijd niet. De productie bedraagt ongeveer 20.000 liter per jaar. Ter vergelijking: voor sommige industriële brouwerijen is dat nauwelijks een ochtendproductie. Bij Chen Van Loon is het het resultaat van een jaar brouwen, afvullen, etiketteren en verkopen. En vooral van bijzonder veel handenarbeid.
De eerste flessen werden volledig manueel gevuld en geëtiketteerd. Toen een nieuwe afvulmachine vertraging opliep, moest het team zelfs nog eens honderden liters met de hand bottelen. Dat zijn van die momenten waarop het romantische beeld van de kleine brouwerij behoorlijk snel verdwijnt.
Ook de verpakking verraadt de bijzondere afkomst van de brouwerij. De eerste bieren werden afgevuld in champagneflessen. Niet omdat een marketingbureau had besloten dat dit een exclusieve uitstraling zou geven, maar omdat er toevallig een voorraad flessen in de wijnkelder stond. Wat begon als een praktische oplossing, groeide uit tot een herkenbaar onderdeel van de identiteit.
De link met de Belgische biercultuur is daarbij nooit ver weg. Denk maar aan de traditionele Belgische speciaalbieren die al generaties lang in grote flessen met hergisting worden verkocht. Ook bij Chen Van Loon speelt hergisting op fles een belangrijke rol. Voor Jan is dat niet alleen een kwestie van traditie. Het is ook een bewuste technische keuze, onder meer om de invloed van zuurstof op de bierkwaliteit te beperken.
Die aandacht voor oxidatie loopt als een rode draad door zijn verhaal. Want hoewel de brouwerij uit de wijnwereld is ontstaan, betekent dat niet dat alle technieken uit de wijnbouw automatisch worden overgenomen. Integendeel.
Wanneer Belgische biergist Zwitserse druiven ontmoet
Het interessantste aan Chen Van Loon is misschien wel de manier waarop de brouwerij de grens tussen wijn en bier verkent. De brouwers maken onder meer een eigen interpretatie van Belgisch witbier, waarbij niet uitsluitend klassieke biergist wordt gebruikt. Ook wittewijngist krijgt een plaats in hun experimenten. Daarnaast werken ze met druiven en druivensap, onder meer van Sauvignon Blanc.
Het resultaat zijn bieren die elementen uit beide drankwerelden combineren zonder hun identiteit als bier te verliezen. Het gaat daarbij niet om zomaar wat druivensap toevoegen aan een bestaand bier. De kennis van fermentatie, gistkeuze en assemblage speelt een wezenlijke rol in het eindresultaat.
Jan ziet in die combinatie nog heel wat mogelijkheden. Verschillende druivenrassen brengen telkens andere aromatische eigenschappen mee, terwijl de keuze van de gist bepaalt hoe die zich in het uiteindelijke bier ontwikkelen. De zogenaamde Grape Ales vormen dan ook een belangrijke richting waarin de brouwerij zich verder wil ontwikkelen.
Toch is Jan niet blind voor de valkuilen. Hij heeft al heel wat bieren geproefd waarin de combinatie van wijn en bier bijzonder geslaagd was, maar evengoed voorbeelden waarbij de balans volledig zoek was. Soms overheerst het wijnkarakter. Soms blijft er weinig meer over dan een zuur bier waarvan je je afvraagt wat de brouwer precies voor ogen had.
Voor Chen Van Loon staat evenwicht centraal. De brouwerij zoekt niet noodzakelijk naar de meest uitgesproken of extreme smaakervaring, maar naar een harmonieus geheel waarin alle ingrediënten hun plaats hebben.
Dat verklaart ook waarom Jan weinig belangstelling heeft voor het krampachtig volgen van bierstijlen. De brouwerij vertrekt liever vanuit een smaakidee dan vanuit een lijst met voorschriften waaraan het eindresultaat moet voldoen. Soms levert dat een bier op dat perfect binnen een bestaande categorie past. Soms is het resultaat moeilijker te klasseren.
“We willen vooral harmonische bieren maken die aangenaam zijn om te drinken”, legt hij uit.
Dat klinkt eenvoudig, maar het is een uitgangspunt dat in een bierwereld vol extreme experimenten soms verrassend verfrissend is. Niet elk bier hoeft de bitterste IPA, de zuurste sour of de zwaarste stout ter wereld te zijn. Soms is een goed uitgebalanceerd glas bier al ambitieus genoeg.
Een Belgisch familiebedrijf in Zwitserland
De brouwerij heeft ondertussen ook een generatiewissel doorgemaakt. Christopher Chen keerde in 2020 terug naar Australië. Vader Luc en zoon Jan zetten het project verder. Jan was aanvankelijk slechts zijdelings betrokken. Hij hielp bij het afvullen, etiketteren en allerlei praktische werkzaamheden, maar had daarnaast nog een andere loopbaan.
De brouwerij groeide echter, en daarmee ook de hoeveelheid werk. Op een bepaald moment was het bedrijf te groot geworden om nog uitsluitend als weekendactiviteit te functioneren, maar tegelijk nog te klein om zonder risico de stap naar een volwaardige professionele onderneming te zetten.
Een situatie die heel wat kleine brouwers zullen herkennen.
Jan besloot uiteindelijk zijn andere loopbaan achter zich te laten en zich op de brouwerij te concentreren. Vandaag is hij de drijvende kracht achter de dagelijkse activiteiten. Zijn vader blijft nauw betrokken.
Het is een klein familiebedrijf gebleven, waarin brouwen, reinigen, leveren, verkopen en klantencontact vaak door dezelfde mensen worden verzorgd. Geen afzonderlijke marketingafdeling, geen leger vertegenwoordigers en al helemaal geen internationale directie die vanuit een hoofdkantoor bepaalt welke smaak de consument volgend jaar lekker moet vinden.
Internationale erkenning en de droom van België
Met een productie van ongeveer 20.000 liter per jaar behoort Chen Van Loon tot de kleine spelers op de Zwitserse biermarkt. Toch blijft de ambitie niet beperkt tot de eigen regio. De brouwerij zoekt bewust externe beoordelingen en internationale erkenning. Niet noodzakelijk omdat Jan voortdurend medailles wil verzamelen, maar omdat hij wil weten hoe zijn bieren zich verhouden tot andere kwaliteitsbieren.
Bij Finest Beer Selection behaalde een van de Sauvignon-bieren volgens Jan een score van 96 punten. Een resultaat waarop hij bijzonder trots is. Voor een kleine brouwerij is zo’n erkenning meer dan een mooie vermelding op een etiket. Het is een bevestiging dat de eigen aanpak ook buiten de vertrouwde omgeving gewaardeerd wordt.
De verkoop concentreert zich vandaag vooral op Zwitserland. Er waren ook beperkte activiteiten in Duitsland, maar de internationale distributie blijft een uitdaging. Zwitserland is nu eenmaal geen goedkoop productieland. En wanneer een bier vervolgens ook nog geëxporteerd moet worden, kan de verkoopprijs behoorlijk oplopen.
Jan droomt er wel van om zijn bieren ooit in België op de markt te brengen. Dat zou het verhaal op een mooie manier rond maken. Een familie uit Merksplas die naar Zwitserland verhuist, daar wijn begint te maken, vervolgens bier brouwt met Belgische invloeden en dat bier uiteindelijk opnieuw naar België brengt.
Wat Chen Van Loon bijzonder maakt, is niet dat er Belgische bieren in Zwitserland worden nagebootst. Daarvoor is het verhaal veel te eigenzinnig. De brouwerij vertrekt vanuit een Belgische achtergrond, maar laat zich even sterk inspireren door de Zwitserse wijnbouw en de internationale ervaring van haar oprichters.
De Belgische invloed zit in de familiewortels, de eerste brouwlessen, het gebruik van bepaalde gisten, de fleshergisting en de belangstelling voor traditionele bierstijlen. De Zwitserse invloed zit in de druiven, de wijnkelder en de technische benadering van fermentatie.
Misschien is dat wel de mooiste manier om de Belgische biercultuur in het buitenland levend te houden. Niet door krampachtig vast te houden aan wat we al kennen, maar door onze brouwtraditie mee te nemen en er op een andere plek iets nieuws mee te doen. In dit geval met een beetje hulp van de Zwitserse wijnbouw. En met een Australische wijsheid die we graag onderschrijven: om goede wijn te maken, moet je veel bier drinken.
Dorstig naar meer biernieuws? Klik hier!

