Wie mij kent, weet dat ik mijn bier doorgaans graag mét alcohol drink. Een tripel zonder alcohol is voor mij zo erg als een café zonder bier. Alleen heeft de financiële wereld weinig boodschap aan mijn persoonlijke voorkeuren. En wie vandaag naar de cijfers kijkt, kan moeilijk om één conclusie heen: alcoholvrij bier is booming business.
Terwijl de klassieke biermarkt in heel wat westerse landen al jaren onder druk staat, groeit alcoholvrij bier stevig door. Hoewel het in absolute cijfers voorlopig nog klein bier blijft, is het niet langer een curiositeit voor bobs & bobbettes, zwangere vrouwen en mensen die in januari plots hun goede voornemens ontdekken. Alcoholvrij is een volwaardige biercategorie geworden. En vooral: een categorie waarin investeerders, grote brouwers en overnamekandidaten steeds nadrukkelijker naar elkaar beginnen te kijken.
KRIMP TEGENOVER GROEI
De cijfers spreken voor zich. Volgens verschillende marktprognoses zou de wereldwijde markt voor alcoholvrij bier, afhankelijk van de gebruikte definitie en bron, van ongeveer 20,5 miljard dollar in 2025 kunnen groeien tot bijna 44 miljard dollar in 2035. Dat komt neer op een gemiddelde jaarlijkse groei van bijna 8%.
Andere prognoses zijn iets voorzichtiger, maar wijzen in dezelfde richting. In de Verenigde Staten worden voor de alcoholvrije markt zelfs jaarlijkse groeicijfers met dubbele cijfers voorspeld.
Dat wordt pas echt interessant wanneer je die cijfers naast de traditionele biermarkt legt. In de meeste Europese markten en in Noord-Amerika daalt de bierconsumptie al jaren. Of anders gezegd: aan de ene kant van de brouwerij loopt het vat langzaam leeg, terwijl aan de andere kant een nieuw vat behoorlijk snel wordt gevuld. Voor investeerders is het niet moeilijk om te raden naar welk vat ze kijken.
GENERATIE 0,0?
Achter die cijfers zit een fundamentelere verandering. Jongere consumenten drinken anders. Generatie Z en millennials drinken gemiddeld minder alcohol dan de generaties voor hen. Gezondheid speelt daarbij een rol, maar ook sport, sociale media, veranderende uitgaanspatronen en een veel lossere houding tegenover niet drinken.
Vroeger moest je bijna uitleggen waarom je géén alcohol dronk. Vandaag bestel je zonder veel drama een alcoholvrij bier tussen twee gewone bieren door. Dry January en de zogenaamde ‘sober curious’-beweging hebben die evolutie verder versterkt. Niet drinken hoeft niet langer gelijk te staan aan geheelonthouding. De moderne consument kan vrijdagavond een imperial stout drinken, zaterdagmiddag een 0,0% na het sporten en zondag bij de lunch opnieuw een glas wijn bestellen.
GEEN VIJAND VAN ECHT BIER
Hier zit misschien wel de belangrijkste vaststelling voor brouwers. Alcoholvrij bier lijkt bier met alcohol niet simpelweg te vervangen. Volgens cijfers die adviesbureau First Key Consulting aanhaalt, koopt ongeveer 90% van de kopers van alcoholvrij bier óók alcoholische dranken. Dat verandert de discussie behoorlijk.
De consument kiest dus niet noodzakelijk tussen een Duvel en een alcoholvrije tripel. Hij kiest op verschillende momenten voor verschillende producten. Dat betekent dat alcoholvrij bier nieuwe consumptiemomenten creëert: tijdens de lunch, na het sporten, op een weekavond, tijdens een autorit, op het werk of tijdens een evenement waar iemand nog naar huis moet rijden.
Voor een brouwer is dat interessant. Hij verkoopt niet noodzakelijk minder klassiek bier. Hij krijgt potentieel méér momenten waarop hij een consument kan bereiken. En plots wordt 0,0% geen bedreiging, maar een groeistrategie.
DE GROTE BROUWERS HEBBEN HET BEGREPEN
De grote internationale brouwers hebben die boodschap al lang begrepen. Alcoholvrij is bij hen geen sympathiek zijproject meer. Het wordt een strategisch onderdeel van hun portfolio.
Dat heeft ook een eenvoudige financiële reden. Grote brouwerijen beschikken over productiecapaciteit, distributie, marketingbudgetten en toegang tot supermarkten. Wat ze niet altijd even gemakkelijk kunnen kopen, is geloofwaardigheid bij jonge consumenten. En precies daar komen kleinere gespecialiseerde alcoholvrije brouwers in beeld.
Merken als Athletic Brewing, Partake en Best Day hebben iets opgebouwd wat bijzonder aantrekkelijk is voor grote spelers: ze zijn niet begonnen met een bestaand bier waar achteraf de alcohol uit werd gehaald. Hun identiteit draait vanaf het begin rond alcoholvrij bier. Voor consumenten maakt dat verschil. Een alcoholvrije versie van een bestaand bier blijft vaak ‘de versie zonder’. Een succesvol alcoholvrij merk hoeft zich daarentegen nergens voor te verontschuldigen. Het product ís het merk.
DE VOLGENDE OVERNAMEGOLF?
Daarom zou het me niet verbazen wanneer we de komende jaren meer overnames en participaties zien. Voor een grote brouwer kan het kopen van een succesvol alcoholvrij merk financieel interessanter zijn dan jarenlang zelf proberen er één op te bouwen. Een overname levert onmiddellijk een merk, consumenten, recepten, technologische kennis en distributiepotentieel op. De multinational brengt schaal. Het kleine merk brengt geloofwaardigheid. Op papier is het een prachtig huwelijk.
In de praktijk schuilt daar natuurlijk ook een gevaar. De aantrekkingskracht van kleinere merken zit juist in hun onafhankelijkheid en authenticiteit. Wie daar een gigantische internationale brouwer bovenop plakt, kan precies vernietigen waarvoor hij miljoenen heeft betaald. Dat kunstje hebben we in de traditionele craftbeerwereld ondertussen al een paar keer mogen aanschouwen.
ALCOHOLVRIJ MOET VOORAL LEKKER ZIJN
Er is bovendien nog een klein detail dat in financiële analyses soms wat gemakkelijk wordt vergeten: het bier moet goed zijn. Dat klinkt belachelijk vanzelfsprekend, maar alcoholvrij bier heeft jarenlang geleden onder producten die vooral werden verkocht omdat er géén alcohol in zat. Smaak kwam ergens op de tweede plaats. Die tijd is voorbij.
De consument die vandaag 2,50 of 3 euro betaalt voor een alcoholvrij speciaalbier verwacht aroma, body, bitterheid en karakter. Hij vergelijkt het niet langer uitsluitend met andere alcoholvrije bieren. Hij vergelijkt het met bier. Dat legt de lat veel hoger.
Technologisch is alcoholvrij brouwen bovendien bepaald geen kinderspel. Alcohol verwijderen of de vorming ervan beperken zonder tegelijkertijd aroma, mondgevoel en balans uit het bier te halen, vraagt kennis en investeringen. Wie dat goed kan, bezit dus niet alleen een aantrekkelijk merk, maar mogelijk ook waardevolle technische knowhow. En dan beginnen investeerders helemaal geïnteresseerd te kijken.
VAN BIERTJE NAAR PLATFORM
Daar ligt wellicht de grootste verandering. Grote brouwers beginnen alcoholvrij niet langer te zien als één extra SKU naast pils, blond en tripel, maar als een compleet marktsegment. En dat segment kan breed worden.
Alcoholvrije pils kennen we ondertussen. Maar IPA, witbier, stout, fruitbier, sour en andere stijlen volgen. De kwaliteit gaat omhoog en het smaakpalet wordt groter. Dat maakt alcoholvrij ook voor kleinere brouwerijen interessanter. Wie zich weet te onderscheiden, kan een merk bouwen in een markt die nog lang niet zo geconsolideerd is als klassieke pils. En wie een sterk merk bouwt in een snelgroeiende markt, hoeft doorgaans niet lang te wachten voordat iemand met een cheque langskomt.
EN HET BIER MET ALCOHOL?
Moeten we ons favoriete café binnenkort binnenstappen en uitsluitend 0,0%-bieren aantreffen? Ik denk het niet. De fout is om alcoholvrij en alcoholhoudend bier als twee kampen tegenover elkaar te zetten. De cijfers suggereren juist dat dezelfde consument beide werelden bezoekt.
Ik zal persoonlijk nog altijd eerder enthousiast worden van een geweldige geuze, saison, stout of tripel mét alcohol. Alcohol is tenslotte niet alleen een getal op het etiket. Het draagt bij aan mondgevoel, aroma, smaak en de totale bierbeleving. Maar mijn persoonlijke glas is geen beursindex.
Wie naar de economische ontwikkeling van bier kijkt, kan alcoholvrij onmogelijk nog wegzetten als een voorbijgaande mode. De klassieke biermarkt krimpt in verschillende belangrijke landen. Alcoholvrij groeit. Jongere consumenten omarmen het. De kwaliteit verbetert. Grote brouwers investeren. Kleine gespecialiseerde merken winnen terrein. Dat is geen hype meer. Het is een markt. En vermoedelijk eentje waarin de komende jaren behoorlijk wat geld zal worden verdiend.
Ik kijk er met veel belangstelling naar. Met een echt bier in de hand, uiteraard.
Bron: First Key Consulting
Dorstig naar meer biernieuws? Klik hier!
