Het eerste bier in de stijl Sterk Belgisch Blond ontwikkelde Duvel Moortgat. Daar ontstond het uit een soort ‘oerbier’: een Belgische interpretatie van een Britse Scotch Ale. In 1970 kreeg Duvel de blonde gedaante die we vandaag nog kennen. De brouwers uit Puurs wilden daarmee de concurrentie aangaan met het almaar populairder wordende pilsbier.
Op de keper beschouwd is Duvel bijna een soort imperial pilsener ale. In het recept zitten pilsmout, Tsjechische en Sloveense hoppen, maar in tegenstelling tot pils gebeurt de vergisting met bovengist en is de gist aanwezig.. Het resultaat: een bier dat opvallend fris, droog en bitter is, maar tegelijk stevig hoger in alcohol zit dan een doorsnee pils. Volgens Nederlandse bronnen was het bierautoriteit Derek Walsh die als eerste de term Sterk Belgisch Blond gebruikte voor deze bierstijl. In België sprak men lange tijd gewoon van een ‘Duvel’.
Vandaag zijn er tientallen klonen, variaties en interpretaties, meestal met een duivelse naam. Maar slechts enkele slagen erin om die typische combinatie van bleek blond, droog bitter en haast explosief koolzuur even overtuigend neer te zetten.
Zeker geen tripel
Een hardnekkig misverstand: sterk blond is géén tripel. Familie? Zeker. Tweeling? Absoluut niet. Tripels zijn doorgaans iets donkerder van kleur, meer esters, iets zoeter, vaak kruidiger en meestal minder agressief bruisend. Sterk blond kiest een andere weg: droger, scherper, bitterder en strakker.
Duvel… en de rest
Wie aan de stijl denkt, denkt automatisch aan Duvel. Maar het speelveld is breder geworden. Voorbeelden zijn onder meer Omer Traditional Blond, Brigand, Hopus, Victoria, Hapkin, Martha Sexy Blond, Satan, … .
Sommige voorbeelden schuiven wat richting tripel. Andere zoeken eerder de hoek op van bruut blond: nóg droger, iets minder bitter en met een champagneachtige finesse. Maar de essentie blijft dezelfde: bleek, droog, bitter en gevaarlijk doordrinkbaar.
Cover © Bart Van der Perre
Dorst naar meer? Klik hier!
